Parels van gesprekken [blog]

Het was een korte week, want het was Koningsdag en we hadden een extra dagje vrij de dag ervoor. Helaas heb ik geen tijd gehad om een terras op te zoeken, want twee dagen vrij betekent vervolgens vijf dagen werk in drie dagen doen. Zo ging er flink wat tijd zitten in het schrijven van het bestuursverslag 2020 dat bij de jaarrekening gevoegd wordt (niet het meest aangename werk maar goed om de verslaglegging goed te hebben). Ook had ik overleg met de accountants over de jaarrekening, waarbij we wederom een goedkeurende verklaring krijgen, altijd fijn! En ik had een gesprek met een klant over uitstaande facturen. Nooit prettig maar we zijn er goed uitgekomen met elkaar. Ik had een aantal bila’s met managers (altijd goed om bij te praten), ik werd gefilmd voor VNO NCW en ik had een fotoshoot voor het komende Rabo magazine, deze waren allebei in de Intratuin (die weer helemaal open is; yeah!). Een lekker afwisselende week dus. Maar de drie gesprekken die ik in de laatste paar dagen voerde, blijven me het meest bij. Het ging over heel verschillende onderwerpen met heel verschillende mensen. De rode draad was echter dat het hele persoonlijke gesprekken waren. Van alle drie de gesprekken heb ik wat opgestoken.

Het eerste gesprek voerde ik met een hoogopgeleide dame die jaren geleden als vluchteling met haar familie naar Nederland gekomen is. Zij woonde zes jaar lang in het AZC, waardoor ze het Nederlandse systeem leerde kennen. En passant leerde ze daarbij ook Nederland kennen en de Nederlandse taal. Omdat haar diploma’s hier niet erkend worden, startte zij haar eigen onderneming. Vervolgens is zij aan de slag gegaan bij verschillende organisaties om vluchtelingen te helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland.

Meerdere keren bij haar werkzaamheden hoorde zij de naam Scalabor, ze zocht op wat wij precies deden en nam via een gezamenlijke kennis contact op. Reden dat ze dat deed was omdat ze zich verwonderde dat er eigenlijk zo weinig programma’s zijn om specifiek vrouwen van buitenlandse afkomst te integreren. De programma’s die er zijn lijken eerder gericht op mannen waarbij werk en inburgering vaak los van elkaar gezien worden. En dat terwijl ik uit mijn eigen ervaring weet dat werk (en een buitenlands vriendinnetje!) de beste manier is om te wennen aan een land en de gebruiken en de taal te leren. Veel van de met name uit Eritrea gevluchte vrouwen hebben geen tot weinig onderwijs gehad in eigen land en hebben vaak niet eerder betaald gewerkt. Dat betekent echter niet dat ze geen opleiding hebben gehad of ervaring hebben. Vaak zijn juist zij de spil in de familie die het gezin draaiende houdt door op te voeden, te koken, schoon te maken, kleding te maken en te zorgen. Zou je dan niet juist een programma moeten starten gericht op deze vrouwen, waarbij zij gebruik kunnen maken van juist deze kwaliteiten en ervaringen? Een interessante gedachte waar Scalabor zeker een bijdrage aan kan leveren. Wat ik mooi vond aan het gesprek is dat deze dame het initiatief heeft genomen om via via contact met mij te zoeken en haar ideeën te delen zodat andere gevluchte vrouwen geholpen kunnen worden!

Een tweede gesprek vond aan het einde van de week digitaal plaats en was met een medebestuurder in het regionale arbeidsmarkt overleg. Als huiswerk hadden bestuurders onlangs meegekregen om elkaar beter te leren kennen en op zoek te gaan naar elkaars drijfveren. Zakelijk gezien doe je dat niet snel, terwijl het wel heel goed is om te doen. En als je iemands drijfveren wil weten dan ga je al snel terug naar iemands roots. Waar kom je vandaan, wat heb je gestudeerd, wat heb je gedaan? Met andere woorden, waarom doe je wat je doet? Heel goed om iemand op deze manier beter te leren kennen. Te vaak ontmoeten we iemand in een overleg of werkgroep, maken we een inschatting van wat iemand denkt of wil en pakken we het contact vanaf daar op. Terwijl een uurtje kennismaken de samenwerking juist heel goed doet.

Het laatste gesprek voerde ik met een van onze medewerkers. Deze collega is onlangs gediagnostiseerd met kanker en drie weken geleden is hij met zijn behandeling gestart. Van tevoren had hij mij al uitgebreid verteld wat er ging gebeuren en ik had aangegeven graag op de hoogte te blijven. Vandaag kwam hij daarop terug en vertelde hoe hij de eerste weken had beleefd en wat er volgende week staat te gebeuren. Maar we hebben het ook gehad over angst en over hoe belangrijk het is om ondanks alles de moed erin te houden. Over wat hij kan doen om tijdens de behandelingen zo gezond mogelijk te blijven en over wat hij nog zou willen doen wanneer dit allemaal voorbij is en hij dus genezen is. Ik stelde zijn openheid tegenover mij zeer op prijs. Maar ik ben ook heel erg onder de indruk over hoe positief hij blijft en hoe hij er op dit moment in staat. Zijn kracht daarin is aanstekelijk.

Parels van gesprekken deze afgelopen week!