Geen beperkingen, maar mogelijkheden

Afgelopen week hebben we geïnventariseerd hoeveel vacatures we op dit moment open hebben staan, dit zijn er bijna 250. Banen die we zelf bij werkgevers hebben opgehaald, die gepubliceerd zijn op onze website of die in de Arnhem Werkt app staan. 250 banen bij werkgevers die hebben aangegeven dat ze openstaan voor een werkzoekende met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een aantal van deze banen is specifiek voor medewerkers met een Wsw-indicatie. Maar wanneer die ingevuld worden en medewerkers de stap van intern naar extern maken, ontstaan weer beschutte banen voor mensen die dat goed kunnen gebruiken. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Er staan nog veel meer banen open in ‘Werkt’ apps van andere gemeenten, op werk.nl van het UWV en bij werkgevers zelf. En dat nu al, aan het einde van de crisis en het begin van een nieuwe krapte op de arbeidsmarkt.

Het lijkt heel eenvoudig

Nu lijkt het heel eenvoudig; er zijn 11.000 inwoners met een bijstandsuitkering in de regio, dus die 250 banen zouden zo ingevuld moeten zijn. Iedereen die wat kennis heeft van de arbeidsmarkt, weet dat het zo makkelijk niet is. De belangrijkste voorwaarde om aan de slag te gaan, is dat iemand daadwerkelijk wil werken. Er wordt wel eens gemopperd op overheidsinstanties, maar zij zijn er niet primair verantwoordelijk voor dat iemand aan het werk gaat. Dat zijn de mensen zelf. Gemeenten, UWV maar ook organisaties als het Werkgeversservicepunt en het arbeidsontwikkelbedrijf zijn er om te ondersteunen, te helpen waar nodig en om de mogelijkheden te laten zien. Daar waar willen de belangrijkste voorwaarde is, is dit echter niet genoeg. Het moet ook nog kunnen. Want er zijn veel redenen waarom iemand – nog niet – kan werken; ziekte, psychische of fysieke beperkingen. Maar iemand kan ook in zware financiële problemen zitten, waardoor werk niet het eerste aandachtspunt is. Of iemand is mantelzorger en elders hard nodig. Er kan geen opvang geregeld worden voor kinderen, er is sprake van ongeletterdheid, er is geen enkele opleiding, etc. Allemaal obstakels waardoor iemand niet direct of wellicht wel nooit aan het werk kan. En dus zijn er allerlei programma’s om inwoners te helpen die obstakels te overwinnen, zodat ze wel aan de slag kunnen.

Het belang van werk

Want dat mensen werk hebben is ongelooflijk belangrijk. Voor henzelf, omdat het eigenwaarde en zelfstandigheid geeft. Omdat je kan bijdragen en erkenning krijgt. Omdat het zorgt voor financiële zelfredzaamheid. Dus zeg nooit dat werken niet loont, dat doet het wel degelijk en op veel meer manieren dan alleen maar in geld. Maar ook voor werkgevers is het van belang dat iedereen meedoet. We zien nu al een enorme krapte op de arbeidsmarkt ontstaan en hebben op korte termijn al niet meer genoeg mensen om al het werk te doen. Als er in een regio dan een tekort ontstaat aan arbeidskrachten trekken bedrijven weg. Met alle gevolgen van dien. Dat mensen aan het werk gaan is dat ook van belang voor de maatschappij. Kosten voor uitkeringen en voor bemiddeling nemen af, net zoals zorgkosten en kosten voor het bestrijden van o.a. criminaliteit. Economisch gezien levert iemand die werkt de maatschappij een besparing van ten minste 23k op.

Begeleiden naar werk
Om belemmeringen weg te halen en werkzoekenden te begeleiden naar werk zijn wij in de afgelopen weken een opleiding voor fietsenmaker begonnen, zijn er branchetrajecten met gegarandeerde banen voor logistiek, schoonmaak en het groen van start gegaan en is afgelopen zaterdag ons spiksplinternieuwe restaurant de Proeftuin geopend in de Intratuin Arnhem. Hier kunnen we mensen opleiden voor de horeca, waar ze nu alweer zitten te springen om goede mensen. Maar we hebben ook projecten voor mensen die een veel grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, bij wie het best een hele tijd kan duren voordat zij weer bij een reguliere werkgevers aan de slag kunnen. Dan gaat het in eerste instantie om het terugkrijgen van eigenwaarde, zelfvertrouwen en ritme.

Het Brugtraject dat wij samen met IrisZorg voor de gemeente uitvoeren is zo’n project. Het gaat hier om vrijwilligerswerk voor een groep mannen die vaak dag- of thuisloos zijn, of een verslaving hebben of een andere grote uitdaging kennen. Door de buurt schoon te maken dragen ze bij, krijgen ze weer een dagritme, werken ze samen met anderen, wordt het op prijs gesteld wanneer ze er zijn, worden ze gemist wanneer ze er niet zijn en krijgen ze erkenning voor hun bijdrage. En beetje bij beetje zijn dit eerste stappen in de juiste richting. En in een aantal gevallen levert dit zelfs veel sneller resultaat op. Dan kunnen we iemand begeleiden naar een vaste, betaalde baan. Want in het project zelf gaat het om vrijwilligerswerk waar – boven op de uitkering – een vrijwilligersvergoeding voor betaald wordt. Over de hoogte van die vergoeding kan je van alles vinden, maar die discussie laat ik aan de overheid. Feit is dat het een goedbedoeld project is dat al voor velen een positief effect heeft opgeleverd.

Een columnist van de Gelderlander kon zich afgelopen week niet in de hoogte van de vrijwilligersvergoeding vinden en verzuchtte – zonder dat hij ooit langs geweest was of zichzelf in het project verdiept had – ‘hoe heeft Nederland het land kunnen worden dat het nu is?’. Ik denk en geloof dat ik na jaren over de wereld te hebben gezworven en de laatste tijd zowel aan beide kanten van de arbeidsmarkt te hebben gestaan in ieder geval een klein beetje recht van spreken heb. Ik vind dat er geen land is waar zo veel mensen – vrijwillig of vanuit hun positie – dag in dag uit proberen om belemmeringen weg te nemen en meer mensen te helpen aan werk. Door niet te praten maar door te doen. Door projecten te initiëren en banen te creëren. En hoe mooi zou het zijn als de krant dat zou steunen. Door met ons de schouders eronder te zetten en te kijken hoe we die 250 banen die er nu al zijn – en waarvan ik in ieder geval zeker weet dat die open staan voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt – kunnen invullen. De Gelderlander zou daar een geweldige rol in kunnen spelen, door mogelijkheden en loketten inzichtelijk te maken, vacatures te publiceren, de weg naar werk te laten zien en rolmodellen aan het woord te laten. Zodat we niet in beperkingen denken maar in mogelijkheden en we het land worden dat we willen zijn.